menu
 
    Gewijzigde belastingregels voor lijfrenteverzekeringen
    Calamiteiten
    Vernieuw VAR-verklaring op tijd
    Wijziging zorgverzekeringswet 2010
    Infectierisico
    WGA Eigen risicodragen
    Vakantie en basisverzekering
    Buitenlands gediplomeerden
    Werkgeversaansprakelijkheid voor werknemers in het verkeer
    Stichting Pensioenfonds Tandartsen.
    Jan Schoonhoven is Erkend Hypotheekadviseur
    Het Nieuwe Handelsregister
    Beleggingsverzekeringen
    AOV en de Belastingdienst


  • Gewijzigde belastingregels voor lijfrenteverzekeringen
    Belastingregels tot 1 januari 2009
    Tot 1 januari 2009 kon u de premies van uw gerichte lijfrenteverzekering aftrekken van uw inkomen bij de aangifte inkomstenbelasting. Trok u de premies voor uw lijfrenteverzekering niet of niet helemaal af? Dan viel tot 2009 het deel dat u aftrok in box 1 (inkomen uit woning en werk) en het deel dat u niet aftrok in box 3 (inkomen uit sparen en beleggen).

    Nieuwe belastingregels

    Sinds 1 januari 2009 valt een gerichte lijfrenteverzekering helemaal in box 1. Dus ook de premies die u niet in aftrek kunt brengen. Dat betekent dat, als uw lijfrenteverzekering voldoet aan de regels, u later over alle lijfrente-uitkeringen die u ontvangt belasting betaalt in box 1. Binnen de nieuwe belastingregels is hierop een versoepeling aangebracht: de beperkte en onbeperkte saldomethode. Voor de premies die u vanaf 1 januari 2009 niet in aftrek kunt brengen, mag u per jaar de beperkte saldomethode van maximaal € 2.269,- toepassen. Dit betekent dat dit gedeelte belastingvrij wordt uitgekeerd. Hebt u een lijfrenteverzekering met het regime van op of na 14 september 1999, dan geldt dit bedrag per belastingplichtige. Voor een lijfrenteverzekering met het regime van vóór 14 september 1999, die daarna niet is verhoogd, mag u tot 1 januari 2021 per polis de beperkte saldomethode toepassen. Is de jaarlijkse premie die u niet in mindering kunt brengen op uw inkomen hoger dan € 2.269,-? Dan worden de lijfrente-uitkeringen die uit deze hogere premie(s) afkomstig zijn toch volledig belast in box 1.
    De onbeperkte saldomethode
    Voor de premies vanaf 1 januari 2001 tot 1 januari 2009 is een overgangsregeling ingevoerd. Voor de premies die u in deze periode niet hebt afgetrokken, mag u de onbeperkte saldomethode gebruiken. Dit betekent dat het totaal aan niet-afgetrokken premies over deze periode belastingvrij wordt uitgekeerd.

    Nadelige gevolgen
    Verwacht u in 2009 niet alle premies te kunnen aftrekken en geldt voorbeeld 3 (zie bijlage) voor u? Dan kunnen de belastingregels per 1 januari 2009 nadelige financiële gevolgen voor u hebben. Daarom bieden wij u de mogelijkheid uw premie voor 2009 te verlagen. Dat kunt u doen door het formulier voor premieverlaging volledig in te vullen en te ondertekenen. Wij hebben dit formulier voor u meegestuurd. Houd er rekening mee dat wij vóór 1 december 2009 het formulier moeten hebben ontvangen. Wij hebben óók een jaarruimteberekening nodig waaruit blijkt wat uw aftrekbare premie voor 2009 is. Deze berekening kunnen wij voor u maken.

    Saldoverklaring
    Op de einddatum van uw verzekering koopt u lijfrente-uitkeringen aan. Wilt u de saldomethode toepassen op deze uitkeringen? Dan hebben wij een saldoverklaring nodig. Deze verklaring kunt u opvragen bij de Belastingdienst. Hierin staat over welk bedrag er geen belasting hoeft te worden ingehouden

  • Calamiteiten
    Bij calamiteiten buiten kantoortijd zijn wij te bereiken op tel.nummer 070-3701088.

  • Vernieuw VAR-verklaring op tijd
    Een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) is slechts één jaar geldig en eindigt dus op 31 december aanstaande. Vraag tijdig een nieuwe VAR aan, aangezien de belastingdienst voor de afhandeling acht weken claimt.

  • Wijziging zorgverzekeringswet 2010
    Per 1 januari 2010 zijn er een aantal wijzigingen in het basispakket ten opzichte van 2009.

    Verplicht eigen risico
    Per 1 januari 2010 wordt voor de basisverzekering het verplicht eigen risico van 155 euro gewijzigd naar 165 euro per persoon per jaar. Indien u medische kosten maakt, betaalt u de eerste 165 euro zelf. Maakt u geen aanspraak op uw zorgverzekering dan betaalt u geen eigen risico. Het verplichte eigen risico geldt alleen voor verzekerden van 18 jaar en ouder. Het geldt niet voor de huisarts, verloskundige zorg, kraamzorg en het jeugdpakket tandheelkundige zorg voor jongeren tot 22 jaar. Voor alle andere zorgvormen uit uw basisverzekering geldt een verplicht eigen risico. Chronisch zieken en gehandicapten worden financieel gecompenseerd voor het verplicht eigen risico. Deze groep wordt geselecteerd door te kijken naar specifiek medicijngebruik bij bepaalde aandoeningen. Ook verzekerden die langdurig in een AWBZ-instelling verblijven, krijgen een compensatie.

    Met ingang van 2010 spelen de volgende wijzigingen m.b.t. de basisverzekering:
    Het wettelijk verplicht eigen risico wordt per 1 januari 2010 verhoogd van 155 euro naar 165 euro. Het basispakket van de zorgverzekering is op enkele punten aangepast: •Vergoeding voor Acetylcysteïne (middel voor slijmoplossing) verdwijnt
    •Vergoeding voor Mandibulair repositie apparaat (hulpmiddel bij ademhalingsmoeilijkheden) wordt toegevoegd
    •Kraamzorg: eigen bijdragen worden verhoogd
    •Zittend ziekenvervoer: eigen bijdragen worden verhoogd
    •Orgaantransplantaties buiten Nederland/EU worden uitgesloten


  • Infectierisico
    Het infectierisico bij prikaccidenten voor Hepatitis B is groot.

    Alle medewerkers van een TAP, dus ook stagiaires, dienen gezien het verhoogde risico gevaccineerd te zijn tegen dit virus.
    De vaccinatie bestaat uit drie intramusculaire injecties.

    De werkgever is wettelijk verplicht om zijn werknemers in de gelegenheid te stellen zich tegen hepatitis B te laten vaccineren. De werknemer is echter niet verplicht zich te laten vaccineren. Dit kan in de praktijk tot problemen leiden als het gaat om de inzetbaarheid van de werknemer. Bij weigering van vaccinatie kan de werkgever arbeidsgerechtelijke gevolgen verbinden, bijv. in de vorm van aanpassing takenpakket. Vooraf echter altijd even juridisch advies inwinnen alvorens men hiertoe over gaat.
    Het is overigens wel mogelijk om een nul-meting te laten doen wanneer je iemand aan wilt nemen maar diegene niet bereid is zich te laten vaccineren. Als werkgever heb je dan in ieder geval een referentiepunt.

    Wat te doen bij mogelijke besmetting?
    Wanneer bloed of ander biologisch materiaal in de wond kan zijn gekomen, bijvoorbeeld bij prikken, snijden of schaven, de wond eerst goed laten doorbloeden, daarna wassen met water en zeep. Hierna desinfecteren met jodium of ethanol 70%. Indien de wond niet snel heelt of als men dit wenselijk vindt, kan de medewerker bij de Arbo-dienst of bij de GGD laten onderzoeken of de verwonding geen besmettingsgevaar heeft opgeleverd. De werkgever krijgt hiervan bericht en kan dit bij zijn papieren bewaren om eventueel aan te tonen dat er door dit “ongeval” geen gevaar op besmetting is ontstaan.
    LET OP!! Arbo-diensten en huisartsen sturen de medewerker vaak door naar Prikpunt welke 24-uur per dag bereikbaar is. De kosten bedragen echter € 400,00 en dit is een vast bedrag ! bron: NMT

  • WGA Eigen risicodragen
    Met ingang van 1 januari 2007 is het voor iedere werkgever mogelijk om eigen risicodrager te worden voor het risico van arbeidsongeschiktheid van werknemers.

    U kunt ook niets doen. Er verandert dan niets en zaken blijven door UWV afgehandeld worden.

    De keuze tussen bij de UWV blijven en het eigen risico dragen wordt onder andere beïnvloed door het kostenverschil en de eventuele praktische voor- en/of nadelen tussen beide alternatieven.

    Indien u niets doet en bij UWV blijft betaalt u, naast de vaste premie, een gedifferentieerde premie aan de UWV. Deze premie wordt volledig individueel per werkgever bepaald. Zodra er een werknemer in de WGA instroomt, zal de gedifferentieerde premie worden verhoogd en krijgt u te maken met hogere personeelskosten.

    Als u eigen risicodrager wordt kunt u de financiele risico's verzekeren. De kosten bestaan in dat geval, naast de vaste premie die u aan de UWV blijft betalen, uit een verzekeringspremie. De premie is gebaseerd op het gemiddelde risico van de gehele bedrijfstak.

    Voordelen verzekeren ten opzichte van UWV
    - Premie verzekering in aanvang lager.
    - Garantie dat de verzekeringspremie gedurende drie jaar niet wordt verhoogd.
    - Bij instroom in WGA kan de gedifferentieerde premie van de WGA stijgen tot maximaal 3 keer de gemiddelde premie. De verzekeringspremie zal minder en gelijkmatiger stijgen.
    - De verwachting is dat de verzekeringsmaatschappij meer werk zal maken van reintegratie van arbeidsongeschikte werknemers.

    Er is naar onze mening echter ook een nadeel van verzekeren ten opzichte van bij de UWV blijven.
    Op de verzekering zijn de gebruikelijke uitsluitingen van toepassing. Dit betekent dat als de instroom in de WGA het gevolg is van bijvoorbeeld roekeloosheid, opzet of molest de verzekering waarschijnlijk niet uitkeert. De verplichting voor de werkgever om de werknemer gedurende 10 jaar van de WGA uitkering blijft daarentegen onverminderd bestaan!

    Conclusie
    Wij willen u geen advies geven of u wel of niet eigen risicodrager moet worden. Op basis van een kostenafweging (premie verzekeringspremie bij aanvang ten opzichte van de gedifferentieerde WGA premie alsmede de zekerheid van geen hevige premiestijgingen) is de verzekering gunstiger.
    Daar tegenover staat het risico dat in uitzonderingsgevallen de verzekering niet uitkeert terwijl de uitkeringsplicht van de werkgever blijft bestaan.

    Tot slot
    U heeft ieder jaar op twee momenten de mogelijkheid om eigen risicodrager te worden: 1 januari en 1 juli.

  • Vakantie en basisverzekering

    Veel consumenten zullen zich niet bewust zijn dat de zorgverzekering niet in alle gevallen volledige vergoeding van de medische kosten in het buitenland verleent. In de basisverzekering wordt alleen spoedeisende hulp volgens voorwaarden vergoed.
    Zowel voor vakanties binnen als buiten de EU landen geldt dat er vergoeding van medische kosten plaatsvindt naar Nederlandse maatstaven.Dit betekent dat behandelingen en onderzoeken, die ook in Nederland uitgevoerd zouden zijn, vergoed worden volgens Nederlandse tarieven. Zijn de kosten in het vakantieland veel hoger dan de kosten van vergelijkbare medische behandelingen in Nederland, dan komt het verschil in beginsel voor rekening van de verzekerde. Dit geldt ook voor alle kosten die in het buitenland worden gemaakt rondom de medische behandeling die niet onder de basisverzekering of de aanvullende dekking valt.
    Voor deze niet gedekte kosten is een goede reisverzekering essentieel.

  • Buitenlands gediplomeerden
    De ontwikkeling van het Assessment voor buitenslands gediplomeerde tandartsen van buiten de EER is voltooid. Door het ministerie van VWS, de drie faculteiten en de NMT is gewerkt aan een assessmentprocedure, bestaande uit een algemene kennis- en vaardighedentoets en beroepsinhoudelijke toetsen.
    Big-registratie als basis
    De assessmentprocedure is van toepassing op buitenslands gediplomeerde tandartsen, die volledig willen worden ingeschreven in het BIG-register. Een registratie in het BIG-register zorgt ervoor dat u voorbehouden handelingen mag uitvoeren en dat u de beschermde beroepstitel ‘tandarts’, mag voeren.
    Indien u in het kader van een waarneming of in het belang van de Nederlandse Gezondheidszorg of de gezondheidszorg in uw land van herkomst in Nederland uw beroep (tijdelijk) uitoefend, is een volledige registratie niet nodig en daarmee is de assessmentprocedure ook niet van toepassing.

    Diploma behaald buiten de EER of Zwitserland Enkel wanneer u in het bezit bent van een authentiek diploma behaald in een land buiten de EER of Zwitserland, kunt u aan het assessmentprocedure deelnemen. Ook dient u te kunnen verklaren dat u in het land herkomst volledig bevoegd bent tot uitoefening van uw beroep. Een verklaring dat er geen schorsing, sancties of beperkingen op uw beroepsuitoefening van kracht zijn in het land van herkomst, maakt onderdeel uit van de procedure.
    Uitgebreide informatie over dit onderwerp kunt u vinden op www.buitenlandsediplomahouders.nl klik hier om naar de website te gaan

  • Werkgeversaansprakelijkheid voor werknemers in het verkeer

    Inleiding

    Op grond van artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) rust op elke werkgever een zorgplicht jegens zijn werknemers. Dit houdt in dat de werkgever bijvoorbeeld de werkplek van de werknemer op een zodanige wijze dient in te richten dat de werknemer tijdens het uitoefenen van zijn werkzaamheden geen schade lijdt. Hieronder valt tevens een instructieplicht. Naast de wettelijke bepaling van artikel 7:658 BW speelt echter ook de redelijkheid en billijkheid een belangrijke rol, dit betreft artikel 7:611 BW. Dit artikel wordt ook wel het artikel betreffende het goed werkgeverschap genoemd.

    Een voorbeeld uit de praktijk (Arena-arrest)
    De feiten lagen als volgt. De werkgever had twee van haar werknemers te werk gesteld bij een andere werkgever. Als gevolg hiervan werden de werknemers verplicht elke dag naar de andere werkgever te reizen, door deze andere werkgever werd aan hen een busje ter beschikking gesteld.

    De werknemers waren per toerbuurt verplicht om naar de plaats van de werkzaamheden te rijden, in dit geval de Amsterdam Arena. Op een noodlottige dag raakt het busje van de werknemers in een slip en slaat een aantal malen over de kop. De bestuurder van het busje, die het ongeval heeft veroorzaakt, heeft ernstig rugletsel. De bestuurder kan echter, in tegenstelling tot de mede-inzittenden van het busje, zijn geleden schade niet claimen onder de WA-verzekering van het busje. Als gevolg hiervan stelt de werknemer de werkgever aansprakelijk voor zijn schade. De Hoge Raad heeft in het voordeel van de werknemer beslist. Hierbij gaat het in eerste instantie niet om artikel 7:658, een werkgever is onvoldoende in staat instructie te verlenen aan de medewerkers betreffende verkeersgedragingen van de eigen medewerkers alsmede overige verkeersdeelnemers.

    De Hoge Raad is van mening dat, hoewel de werkgever niet aansprakelijk is op grond van zijn zorgverplichting van artikel 7:658 BW, de schade voor rekening van de werkgever dient te komen daar de redelijkheid en billijkheid dit vereist. Ofwel artikel 7:611, goed werkgeverschap. Hiertoe heeft zij rekening gehouden met de volgende specifieke feiten:

    - de werknemer, was in de uitoefening van zijn werkzaamheden verplicht zich dagelijks per auto van Didam naar Amsterdam en terug te begeven
    - de werknemer was daarbij verplicht bij toerbuurt te chaufferen
    - de financiële gevolgen van een eventueel ongeval waren voor alle inzittenden van het busje door een WA-verzekering gedekt, behalve voor de chaufferende werknemer
    - er was geen sprake van opzet dan wel bewust roekeloosheid aan de zijde van de werknemer bij het ontstaan van het ongeval
    - het is een 'ervaringsfeit' dat de dagelijkse omgang met auto’s de gebruiker daarvan licht ertoe zal brengen niet steeds alle voorzichtigheid in acht te nemen die ter voorkoming van ongevallen geraden is

    Conclusie
    De werkgever kan door de uitspraak van de Hoge Raad, ook ingeval de werkgever voldoet aan haar zorgverplichting, door de werknemer worden aangesproken voor letselschade. De bestaande AVB of de WA-verzekering van de betreffende auto of enig andere verzekering biedt geen dekking voor dit soort schaden. De eventueel gesloten Ongevallen-Inzittenden-dekking of Schade-Inzittenden-dekking biedt wel enige ruimte om de financiële gevolgen op te vangen, doch biedt geen dekking tegen de aansprakelijkheid van de werkgever. Een claim kan dan ook veel hoger uitkomen dan de verzekerde bedragen op deze aanvullende dekking.

    Het lijkt dat u als werkgever in de regel aansprakelijk bent voor ongevallen in gevaar verhogende situaties (zoals het verkeer), waarin uw medewerkers bij de uitoefening van hun functie zijn gebracht. LET OP! Het gaat hierbij ook om vrijwilligers, stagiaires en uitzendkrachten!

    Het gaat verder:
    Bij latere uitspraken van de Hoge Raad wordt de werkgeversaansprakelijkheid voor werknemers die deelnemen aan het verkeer breder getrokken. In deze situaties wordt er gesproken over fietsers en voetgangers. Indien een werknemer zich gedurende werktijd van A naar B begeeft, met een doel die in één lijn ligt met de arbeidsovereenkomst, en hierbij (letsel)schade oploopt, is het mogelijk dat de werkgever hiervoor aansprakelijk te stellen is. Hierbij wordt vooral gekeken naar wat een werknemer aan uitkering misloopt, bijvoorbeeld indien de werkgever een collectieve ongevallenverzekering zou hebben gehad. Door dit ongeval lijdt de werknemer schade, wat door de werkgever niet is afgedekt. Dit valt wederom onder artikel 7:611 BW, goed werkgeverschap.

    Wat te doen?
    Op het moment van schrijven is er onder de verzekeringsmaatschappijen één maatschappij bekend die dit risico geheel kan afdekken. Dit is Turien & Co. Zij bieden dekking voor zowel aansprakelijkheid uit artikel 7:658 als 7:611 BW en voor automobilisten alsmede fietsers en voetgangers. Wenst u een offerte op maat? Neemt u dan contact op met uw adviseurs.

    What's next?
    Het lijkt erop dat er op korte termijn diverse uitspraken van de Hoge Raad zullen volgen die dit spectrum nog breder zullen trekken. Hierbij kunt u denken aan woon-werkverkeer en de ZZP’er werkzaam voor uw onderneming. Wij houden u op de hoogte.

  • Stichting Pensioenfonds Tandartsen.
    De SPT had het voornemen om deelname aan het pensioenfonds opnieuw verplicht te stellen. Er heeft een uitgebreide inventarisatie onder alle tandartsen plaatsgevonden. Op de schriftelijke enquête heeft 54,5% gereageerd. Met deze respons en uitslag is geen aantal van 60% voorstemmers te realiseren. Op basis van deze uitkomsten en in afwachting van de definitieve vormgeving van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Wet BPR), zie de SPT voorlopig af van het voorbereiden van een nieuwe verplichtstelling tot premiebetaling.

  • Jan Schoonhoven is Erkend Hypotheekadviseur

    Van Velthuysen Liebrecht ook voor financieringen

    Onze adviseur Jan Schoonhoven is Erkend Hypotheekadviseur. Hij is opgenomen in het Register van de Stichting Erkenningsregeling Hypotheekadviseurs (SEH). Erkenning door de SEH houdt in dat Jan voldoet aan de vakbekwaamheids- en ervaringseisen.

    Dit is ook voor u belangrijk nieuws. Het betekent dat wij, naast uw assurantieportefeuille, u ook deskundig van dienst kunnen zijn bij hypotheken en/of praktijkfinancieringen. Denkt u maar aan de aankoop van een pand of het omzetten en verhogen van uw bestaande hypotheek. Ons kantoor werkt samen met verzekeringsmaatschappijen en banken, waardoor we u een goed en onafhankelijk advies kunnen uitbrengen, geheel afgestemd op uw persoonlijke situatie.

    U kunt ons kantoor inschakelen voor deskundig advies over: - nieuwe financiering - wijzigen financiering of vorm - oversluiten naar andere financier - tweede hypotheek - fiscale aspecten

    Voor informatie over hypotheken/financieringen kunt u telefonisch kontakt opnemen met Jan Schoonhoven, telefoon (0294) 490342.

    Over het SEH-Register

    U zult begrijpen dat het aangaan van een nieuwe hypotheek, of het verhogen of oversluiten, om veel expertise, maar vooral ook om veel deskundigheid van de adviseur vraagt. Inschrijving in het SEH-Register waarborgt deze deskundigheid. Dat is gekoppeld aan onderschrijving van de beroepscode. Die verplicht de adviseur tot het jaarlijkse educatie, waarmee hij van de nieuwste ontwikkelingen op de hoogte blijft. Alleen op deze manier kan opname in het SEH-Register gehandhaafd blijven.



  • Het Nieuwe Handelsregister
    Vanaf 1 juli 2008 is het systeem van het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingrijpend gewijzigd. Dit heeft gevolgen voor ondernemers, beroepsbeoefenaren en anderen. Er ontstaat namelijk een bredere inschrijvingsplicht.
    Het nieuwe systeem van het handelsregister brengt met zich mee dat veel ondernemingen en rechtspersonen die tot nu toe niet verplicht waren zich in te schrijven, dat nu wél moeten. Het is de bedoeling dat voortaan alle ondernemingen en rechtspersonen in het handelsregister worden ingeschreven, waarbij geen verschil meer wordt gemaakt tussen beroep en bedrijf. Voortaan moeten bijvoorbeeld ook advocaten, psychologen en fysiotherapeuten zich inschrijven. Ook de eerder vrijgestelde landbouw- en visserijbedrijven en straathandelaren moeten zich registreren. Verder is nieuw dat rechtspersonen die geen onderneming voeren, moeten worden ingeschreven. Dit zijn bijvoorbeeld overheidsinstanties en kerkgenootschappen. Ook verenigingen van (appartement-)eigenaars moeten zich inschrijven.
    Bent u maat in een maatschap die onder een gemeenschappelijke naam opereert? Dan hoeft u zich niet tweemaal in te schrijven. De inschrijving van de maatschap is voldoende. Als u naast de maatschap ook zelfstandig werkzaam bent, dan moet u zich wél naast de maatschap inschrijven. Als u maat bent in een zogenaamde stille maatschap (deze maatschap treedt niet naar buiten toe op) dan volstaat een inschrijving van uw eigen onderneming.
    De inschrijving kan bij iedere Kamer van Koophandel worden gedaan omdat er voortaan één landelijk register is. Het nieuwe handelsregister is een basisregister en wordt gekoppeld aan andere basisregisters zoals de Gemeentelijke basisadministratie en het Kadaster. De in de registers vermelde gegevens worden door de overheid gebruikt. Dit leidt er toe dat gegevens daarom maar eenmaal (aan het handelsregister) verstrekt hoeven te worden: op alle formulieren van overheidsinstanties worden deze gegevens voortaan ‘automatisch’ voorgedrukt. Ook de Belastingdienst maakt in de toekomst gebruik van de gegevens van het handelsregister.
    Bij de inschrijving in het handelsregister krijgt u een handelsregisternummer toegekend. (Rechts-)personen die een onderneming voeren, zijn voortaan verplicht om dit handelsregisternummer op alle correspondentie te vermelden. Het nummer moet dus standaard worden vermeld op alle brieven, e-mailberichten, facturen, website e.d.
    Als u na 1 juli 2008 een onderneming of rechtspersoon start/opricht, bent u direct inschrijfplichtig. Voor ‘nieuwe inschrijvers’ die vóór 1 juli 2008 al bestonden, is er een overgangstermijn. De nieuwe inschrijvers hebben tot 31 december 2009 de tijd om aan hun verplichting te voldoen. De Kamer van Koophandel benadert gefaseerd de ondernemers/organisaties die zich moeten inschrijven door middel van een brief en een formulier. Als u niet wilt wachten op het schrijven van de Kamer van Koophandel, kunt u vanzelfsprekend zelf actie ondernemen door naar één van de kantoren van de Kamer van Koophandel te gaan. Op 1 januari 2010 moet het handelsregister compleet zijn.
    Wie zijn (voortaan) inschrijfplichtig?
    In Nederland gevestigde ondernemingen die worden gedreven door:
    • Eenmanszaak (ook die een vrij beroep uitoefenen)
    • Maatschap
    • VOF
    • CV
    • Rederij
    • NV
    • BV
    • Europese Commanditaire Vennootschap
    • Europese Naamloze Vennootschap
    • Europese Coöperatieve Vennootschap
    • Europees Economisch Samenwerkingsverband
    • Vereniging
    • Coöperatie
    • Onderlinge Waarborgmaatschappij
    • Stichting
    • Kerkgenootschap
    • Publiekrechtelijke rechtspersoon (bijvoorbeeld Gemeente, Waterschap)
    • Een buitenlandse rechtspersoon, vennootschap of natuurlijk persoon
    Rechtspersonen met een statutaire zetel in Nederland:
    • NV
    • BV
    • Europese Commanditaire Vennootschap
    • Europese Naamloze Vennootschap
    • Europese Coöperatieve Vennootschap
    • Europees Economisch Samenwerkingsverband
    • Vereniging (een formele vereniging moet worden ingeschreven en een informele vereniging kan worden ingeschreven)
    • Coöperatie
    • Onderlinge Waarborgmaatschappij
    • Vereniging van eigenaars
    • Stichting
    • Kerkgenootschap of de koepelorganisatie
    • Publiekrechtelijke rechtspersoon (bijvoorbeeld een Ministerie of een Waterschap)
    • Overige privaatrechtelijke rechtspersonen (bijvoorbeeld boermarken)


  • Beleggingsverzekeringen
    Wellicht hebt u in het verleden (via ons kantoor) één of meerdere beleggingsverzekeringen afgesloten. Het zal u niet zijn ontgaan dat dit type verzekeringen de laatste tijd negatieve publiciteit heeft gekend, in het bijzonder omdat sommige van deze verzekeringen naar nu blijkt hoge, verborgen kosten hebben. Een aantal verzekeraars heeft al dan niet in overleg met consumentenvertegenwoordigers aangekondigd te zullen komen met een compensatieregeling. Naar aanleiding van alle commotie over beleggingsverzekeringen informeren wij u graag nader.

    De maatschappelijke onrust over beleggingsverzekeringen heeft in dit voorjaar geleid tot een aanbeveling van de Ombudsman Financiële Dienstverlening, de heer J.W. Wabeke. Met deze aanbeveling proberen verzekeraars en enkele consumentenvertegenwoordigers (als bijvoorbeeld Stichting Woekerpolisclaim en Stichting Verliespolis) een algemene compensatieregeling af te spreken met verzekeraars voor polissen waarin mogelijk teveel kosten zouden zijn ingehouden. Inmiddels hebben de eerste verzekeraars een regeling met de consumentenvertegenwoordigers afgerond en lijkt het erop dat meer verzekeraars zullen volgen. Het duurt echter nog tot zeker volgend jaar voordat u duidelijkheid heeft of en hoe uw polis aanmerking komt voor een compensatie.

    Daarnaast heeft het Ministerie van Financiën onderzoek laten doen om er achter te kunnen komen welke concrete verzekeringen mogelijk wél en welke mogelijk niet in aanmerking komen voor een dergelijke compensatie. Dit onderzoek is uitgevoerd door de AFM en de uitkomsten daarvan zijn op 9 oktober gepresenteerd. Hoewel er op diverse fronten ontwikkelingen zijn rondom de beleggingsverzekering is nog niet in alle gevallen duidelijk wat de gevolgen daarvan zijn voor u als individuele polishouder. Daarom nemen wij nu zelf het initiatief omdat u van ons mag verwachten dat wij u, als uw intermediair, hierin bijstaan.

    Het is mogelijk dat ook u in het bezit bent van een beleggingsverzekering waarbij door de verzekeraar te hoge kosten in rekening zijn gebracht. Nu er ondanks enkele compensatieregelingen nog geen duidelijkheid bestaat in welke gevallen er sprake is van een beleggingsverzekering waar door de verzekeraar te hoge kosten zijn ingehouden, adviseren wij u het zekere voor het onzekere te nemen en zogenaamde stuitingsbrief aan uw verzekeraar te sturen. Daarmee behoudt u zich ten opzichte van de verzekeraar alle rechten voor. Eventueel kunt u zich op dit moment of later, na reactie van de verzekeraar, laten begeleiden door een rechtskundig adviseur (uw rechtsbijstandverzekeraar of een andere juridische adviseur), dat is aan u zelf. U kunt de brief ook sturen aan de verzekeraars die inmiddels hebben aangekondigd een regeling te hebben getroffen.

    Verder kan het zijn dat binnen uw bestaande beleggingsverzekering de premie voor de overlijdensrisicodekking onredelijk hoog is. Daarnaast kan de waardeontwikkeling binnen uw huidige beleggingsverzekering niet het verwachte rendement opleveren. Het kan wenselijk zijn om hierover nader contact te hebben.

    U kunt onderaan deze pagina de stuitingsbrief en toelichting downloaden. Voor het invullen adviseren wij u de toelichting te lezen.

    Indien u vragen hebt over uw beleggingsverzekering of over deze brief, neem dan gerust contact met ons op.

    Download de stuitingsbrief

    Download de toelichting voor de stuitingsbrief



  • AOV en de Belastingdienst
    Vanaf 1 januari 2011 zijn verzekeraars verplicht om loonbelasting en premie Zorgverzekeringswet in te houden op de uitkering uit de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

    De premie die een verzekerde betaalt voor zijn of haar arbeidsongeschiktheidsverzekering is aftrekbaar voor de Inkomstenbelasting. Daar staat tegenover dat de uitkering belast is. De Belastingdienst verplicht verzekeraars om uitkeringen vanaf 1 januari 2011 netto uit te keren. De inhoudingen worden door de verzekeraars rechtstreeks aan de fiscus betaald.

    Verzekerden ontvangen vanaf 1 januari 2011 daardoor een lagere uitkering. Bij de jaarlijkse aangifte kan de verzekerde de betaalde belasting en premie vervolgens weer verrekenen.

    Verbond van Verzekeraars
    Het Verbond van Verzekeraars overlegt nog met de Belastingsdienst over de precieze invulling van de regeling. Wel staat vast dat de regeling op 1 januari 2011 ingaat.


Van Velthuysen Liebrecht  -  Van Houten Industriepark 11, 1381 MZ Weesp  -  tel (0294)415003 , fax (0294)415430  -  info@velthuysenliebrecht.nl